De eerste zin van Victor Segalen

Uit Brieven uit China, vertaald door Maarten Elzinga en Mark Leenhouts

Marseille, une heure, 24 avril 1909

Mavone bien aimée tu as été hier plus belle que tu ne pouvais raisonnablement l’être.

Marseille, één uur, 24 april 1909

Mijn liefste Mavone je was gisteren mooier dan je redelijkerwijs had kunnen zijn. 

Ongelofelijk: een briefwisseling tussen man en vrouw, zij in Frankrijk, hij in China – dat in die tijd nog heel wat verder weg lag dan tegenwoordig – en dan zo beginnen. Maar het is werkelijk de allereerste zin van de allereerste brief die Victor Segalen na vertrek aan zijn Yvonne schreef. De dag ervoor, op 23 april, hadden ze afscheid genomen in Parijs, vanwaar Victor de trein naar Marseille nam om daar de volgende dag aan boord te gaan van de mailboot naar Shanghai – een overtocht die alleen al een maand zou duren. Er volgden nog 64 brieven, totdat Yvonne zich bijna een jaar later, in april 1910, bij hem voegde in Peking.

De zin maakt meteen duidelijk dat de Brieven uit China liefdesbrieven zijn, die direct en indirect een levendig beeld geven van de amoureuze en intellectuele verhouding tussen de twee. Zeker, de brieven laten zich lezen als een reisverslag en bieden tevens een kijkje in Segalens literaire keuken; onvermoeibaar noteert hij zijn invallen voor boeken, als het uitkomt zelfs te paard, op de grote trektocht die hij later door het destijds tamelijk onverkende binnenland van China onderneemt. Maar het voornaamste is dat hij dat alles in eerste instantie deelt met zijn ‘Mavone’.

Er zit ook al meteen een typisch segalenniaanse wending in de eerste zin: wat doet dat ‘redelijkerwijs’ daar, in ‘mooier dan je redelijkerwijs had kunnen zijn’? De tweede en derde zin bieden uitkomst:

Je t’aurais pardonné toutes les defaillances. J’aime infiniment que tu ne les aies pas eues.

Ik zou je alle zwakheden hebben vergeven. Maar je was sterk, en dat doet me oneindig goed.

‘Onder de omstandigheden’, had een ander daar misschien geschreven, maar Segalen is een eigenwijs stilist, die het liever wat korter en beslister zegt.

Lastig te vertalen is Segalen om die eigenzinnigheid zeker, al valt het in deze openingszinnen nog wel mee. De eerste zin rolde er net zo natuurlijk uit als Segalen hem ‘onder de omstandigheden’ had kunnen neerpennen. Misschien dat er in een eerste versie nog ‘Mavone mijn liefste’ aan het begin stond, maar dat ‘bien aimée’ staat er in het Frans altijdachter, en in het Nederlands klinkt het ook te gedragen.

De tweede zin: geen probleem. Maar de derde, tja, daarin zou ‘het deed me oneindig goed dat je er geen hebt gehad’, of iets dergelijks, toch echt geen goed Nederlands zijn geweest. Op zoek dus naar iets even korts en beslists – net als bij ‘redelijkerwijs’. Het resultaat, ‘maar je was sterk’, wijkt woordelijk misschien wat af, maar volgens Maarten Elzinga en mij is het Segalen ten voeten uit.

Lees ook: Brieven uit China (incl. fragmenten)

Oorspronkelijk verschenen in de rubriek ‘Eerste zinnen’ van Boekhandel Athenaeum

Brieven uit China

Victor Segalen

De Franse marinearts, etnoloog en schrijver Victor Segalen (1878-1919), geestverwant van Rimbaud, Gauguin en Slauerhoff, vriend van Huysmans, Claudel en Debussy, liet een buitengewoon veelzijdig oeuvre na – romans, essays, poëzie, libretti, reisdagboeken, toneelstukken – dat grotendeels postuum gepubliceerd is en tegenwoordig toenemend in de belangstelling staat. In Nederland verschenen onder andere de roman René Leys (vertaling Nelleke van Maaren, Wereldvenster 1988) en de dichtbundel Stèles (vertaling Maarten Elzinga, Wagner & Van Santen 2000).

In april 1909 vertrok Segalen als leerling-tolk Chinees per boot naar China. Vanuit Peking ondernam hij samen met zijn vriend Augusto Gilbert de Voisins een avontuurlijke, vijf maanden lange reis door de binnenlanden van China, te paard en per jonk, vergezeld van enige tientallen koelies, gidsen en koks. Voor Segalen was China het land dat het meest beantwoordde aan zijn verlangen zich onder te dompelen in een niet-christelijke, niet-westerse cultuur. Hij kwam er niet als toerist maar wilde zich verdiepen en verliezen in het volslagen Andere van de Chinese cultuur, ondanks én juist in het besef van de onbereikbaarheid van dat Andere.

De kern van Segalens werk en levenshouding is dan ook, zoals hij het formuleerde in zijn onvoltooide Essay sur l’Exotisme, de ‘esthetiek van de verscheidenheid’. Zijn uitgangspunt was ‘een absoluut subjectivisme’, waarbij het ik zichzelf pas werkelijk kan gewaarworden en verrijken door de confrontatie met het Andere. Hoe groter het verschil tussen beide, hoe feller het levensbesef. Segalen was niet alleen geïnteresseerd in de verschillen tussen landen en culturen, maar ook in die tussen verleden en heden, man en vrouw, werkelijkheid en verbeelding, geografie en poëzie. Exotisme betekende voor hem niet het zich vergapen aan vreemde culturen, en in zijn literaire werk zette hij zich af tegen het genre van de oppervlakkige reisimpressie, waarbij de eigen identiteit eerder wordt gestreeld dan uitgedaagd. Het ging Segalen niet ‘om de reactie van de reiziger op zijn omgeving, maar om die van de omgeving op de reiziger’. Met enige bezorgdheid stelde hij vast dat de dominantie van de westerse beschaving en het opkomende massatoerisme een zekere vervlakking van de diversiteit in de hand werkten – waarschijnlijk een van de redenen waarom hij zijn heil zocht in China.

Arbeiderspers, 2010

De brieven die hij vandaar schreef aan zijn vrouw Yvonne Hébert-Segalen, voor het eerst gebundeld in 1967 als Lettres de Chine, laten zich lezen als een dagboek, een reisverslag en een blik in Segalens literaire keuken, aangezien ze onder meer voorstudies bevatten van de latere gedichten uit Stèles (1912) en de postume roman Le Fils du Ciel (De Zoon van de Hemel, 1975). Gelukkig gaat Segalen zich in zijn brieven ook regelmatig te buiten aan datgene wat hij in literatuur en poëzie zo verfoeide: de spontane beschrijving van kersverse reisindrukken en het opdissen van vermakelijke anekdotes. Maar de Brieven uit China ontlenen wellicht hun grootste charme aan het ontroerende beeld dat ze schetsen van de amoureuze en intellectuele verhouding van Segalen met zijn ‘Mavone’, die hem pas een jaar later nareisde.

Voor een selectie uit de Nederlandse vertaling, door Maarten Elzinga en Mark Leenhouts, lees verder bij tijdschrift De Gids (jaargang 170, januari 2007, via dbnl).

Zie ook: De eerste zin van Victor Segalen