Boek

In 2008 verscheen Chinese literatuur van nu – Aards maar bevlogen, mijn persoonlijke overzicht van de 20e-eeuwse Chinese literatuur. Van Lu Xun, de vader van de moderne Chinese letteren, tot de grote drie van nu, Mo Yan, Yu Hua en Su Tong; van de kampschrijver X.L. Zhang tot de eerste Nobelprijswinnaar Gao Xingjian; van de woordenboekroman van Han Shaogong tot de ‘rolstoelroman’ van Shi Tiesheng. In 2015 werd het boek voor de digitale versie herzien, bijgewerkt en uitgebreid met een extra hoofdstuk. Om ook het verhaal van de tweede Chinese Nobelprijs en dat van de jongere generatie, de ‘verloren 70’ers’, te kunnen vertellen.

Het e-book (€ 4,49) is onder andere verkrijgbaar via de site van Uitgeverij De Geus.

‘Oudjaar volgens de oude kalender is toch pas echt oudjaar’, mijmerde Lu Xun, vader van de moderne Chinese literatuur, in een van de vele verhalen waarin zijn alter ego terugkeert naar zijn ouderlijk huis in Shaoxing, Zuidoost-China. ‘Onophoudelijk schieten lichtflitsen door de zware, grauwe avondwolken, gevolgd door doffe slagen: dat is het vuurwerk waarmee de haardgod uitgeleide wordt gedaan.’ Begin jaren negentig, zeventig jaar na dat verhaal uit 1924, was ik zelf rond Chinees Nieuwjaar in zijn geboortestad. Lentefeest heet die dag ook wel, maar het was nog winter. Dikke, blauwe Chinese jas aan, gevoerd met crêpepapier. Witte huizen met gekrulde grijze daken. Houten balustrades hellend over smalle kanalen, waarin het water door het donkere weer inktzwart leek. Af en toe een steil bruggetje met een ronde opening voor de bootjes. Een beetje zoals Suzhou, dat sinds Marco Polo’s vermeende bezoek wel het Venetië van het Oosten heet – maar dan kleiner en armoediger. Het regende en het was net zo mistroostig als Lu Xun ‘zijn’ terugkeer meestal beschreef. Lu Xun: de man bij wie de moderne Chinese literatuur begon. Shaoxing: de plek waar de man zelf begon.