De eerste zin van Sunzi

Een vertalerstoelichting op verzoek van Boekhandel Athenaeum | Scheltema

孙子曰:兵者,国之大事,死生之地,存亡之道,不可不察也。 

Het voeren van oorlog, zegt meester Sun, is een zaak van het grootste staatsbelang. Als het terrein van leven en dood, de weg naar behoud of ondergang, kan die zaak niet zorgvuldig genoeg worden bekeken.

De kunst van het oorlogvoeren van Sunzi, oftewel meester Sun, is het oudste traktaat over oorlogvoering uit de wereldliteratuur. De eerste zin, zo’n 2500 jaar geleden opgeschreven en nog altijd graag geciteerd, mag zo op het eerste oog recht-voor-zijn-raap lijken, een vertaler moet toch op zijn tellen passen. 

Neem om te beginnen de term voor ‘het voeren van oorlog’ die meester Sun hanteert. Dat is bing 兵, een karakter dat zowel ‘wapens’ als ‘soldaten’ kan betekenen, ‘wapendragers’, zou je kunnen zeggen, en bij uitbreiding ook ‘troepen’. Maar het klassiek Chinees – laten we het even het Latijn van China noemen – is nog rekkelijker dan dat: ook ‘het voeren van de wapenen’ oftewel ‘oorlogvoeren’ is mogelijk; een Chinees karakter vertegenwoordigt in die oude, compacte taal nu eenmaal vaak een waaier, een spectrum, aan betekenissen. In een ander type tekst zou je met ‘wapendragers’ en ‘de wapenen voeren’ misschien iets van die eenheid en verwantschap kunnen overbrengen, maar hier, gezien het duidelijk betogende, op overtuiging gerichte karakter van Sunzi’s boek, zijn die termen te gezocht. Al wordt de meester geprezen om zijn literaire kwaliteiten, zijn ‘kunst’ is hem wel ernst.

Dat is overigens ook de reden waarom hij dit karakter bing 兵 gebruikt: we moeten er een reflectie in zien van de grote veranderingen die oorlogvoering in zijn tijd onderging. Van een aristocratisch ritueel, een zaak van eer, voltrokken in sierlijke strijdwagens, werd het een strijd met grote legers, bestaande uit voetvolk, voorzien van verfijndere wapens. Vanwege die grotere schaal en dus grotere implicaties van de onderneming noemt hij oorlogvoering in deze openingszin dan ook ‘een zaak van het grootste staatsbelang’, die ‘niet zorgvuldig genoeg [kan] worden bekeken’ – verstandigheid is kortom het devies. Dat ‘van het grootste staatsbelang’ klonk in eerdere Nederlandse vertalingen van Sunzi’s krijgskunst trouwens iets anders. Omdat die vertalingen telkens op Engelse waren gebaseerd, die hier van ‘of vital importance to the state’ of ‘a vital matter of state’ spraken, zagen we in het Nederlands ‘van levensbelang voor de staat’ of ‘een essentiële staatsaangelegenheid’ staan. Zo zie je maar hoe door het gebruik van een tussentaal iets nuchters als ‘grootste’ onnodig opgeklopt kan worden.

En nuchter ís meester Sun, zie ook zijn vaststelling dat oorlogvoering ‘het terrein van leven en dood’ en ‘de weg naar behoud of ondergang’ is – waarbij ‘leven en dood’ volgens de commentatoren op de mens slaat en ‘behoud of ondergang’ op het land. Die kenschets gaat eveneens in tegen de oude, ‘gewijde’ opvatting van de krijg. Hier was het bij de vertaling zaak om de parallellie goed tot uiting te laten komen, een stijlfiguur waarvan Sunzi veelvuldig gebruikt maakt en waarvan de gehele Chinese schriftelijke traditie in feite doordrongen is. De parallellie zit hem in dit geval niet alleen in de gekoppelde begrippenparen, maar ook in de termen ‘terrein’ en ‘weg’. Ook die dienen in het Nederlands goede tegenhangers van elkaar te zijn, want bij beide klinkt de aardse betekenis mee met de overdrachtelijke – en zoiets is bij meester Sun geen toeval.

Tot slot een woordje over de manier waarop de meester zelf in deze zin wordt opgevoerd – zijn boek is namelijk vrijwel zeker door anderen samengesteld, zoals dat bij Chinese wijsgeren uit de oudheid wel vaker ging. Met het oog op een betogende tekst in 21ste-eeuws Nederlands, zoals hierboven al gezegd, is gekozen voor de meer natuurlijke frase ‘…, zegt meester Sun’ in plaats van het letterlijke en ietwat exotiserende ‘meester Sun zegt: …’, ook wel bekend van ‘Confucius zegt’. Tot in het hedendaags Chinees, bijvoorbeeld bij de directe rede in romans, is deze woordvolgorde namelijk standaard, waar het in het Nederlands meer gemarkeerd taalgebruik is; behoudens bijzondere gevallen is aanpassing daarom gewenst. Mooie bijvangst in dit geval: ‘het voeren van oorlog’ wordt in de Chinese zin direct gevolgd door het grammaticale partikel zhe 者, dat een pregnante pauze uitdrukt – dat doet ‘zegt meester Sun’ in het Nederlands nu ook. Lees hem nog maar eens, die eerste zin.

Oorspronkelijk verschenen in de rubriek ‘Vertalerstoelichtingen’ van Boekhandel Athenaeum | Scheltema

Zie verder: De krijgskunst volgens meester Sun

Lees ook: De eerste zin van Qian Zhongshu